Van de vroeg-middeleeuwse (5de-8ste eeuw) Frankische landname bleven talrijke sporen in het landschap bewaard. Het Ekselse gehucht Hoksent of Hoxent aan de Dommel was oorspronkelijk een Frankische nederzetting. Deze oude landbouwlandschappen op plaggenbodems worden gekenmerkt door grote rechthoekige historisch stabiele percelen, met lengteas loodrecht op de straat. Op regelmatige afstand komen er plaatselijk langs de straat, oude rijhoeven voor met lengteas eveneens loodrecht op de weg. Eveneens een typisch Kempens landschapselement zijn de houtwallen als perceelsscheiding. Omgrachte schansen werden tijdens de middeleeuwen aangelegd ter beveiliging van de bevolking van de omliggende dorpen en gehuchten. Op het grondgebied van Eksel zijn nog steeds de overblijfselen van een dergelijke schans te bezichtigen.
De eerste vermelding van Eksel in geschiedkundige documenten dateert uit 700 toen de Heilige Lambertus en later Sint Willibrordus heel de Kempen bekeerden tot het Christelijk geloof. Van die tijd dateert ook de oud gekende benaming Ochinsala, de basisbenaming van het gehucht Hoksent aan de rivier de Dommel. Met Ochinsala wordt vermoedelijk bedoeld 'de woonplaats van Oko' (J. Mansion), hoewel anderen denken dat de etymologie teruggaat op 'agnis + lauha' (ekster + bosje op hoge zandgrond) (Gemeentekrediet). Op 27 juli 710 schonk de non Berthilindis al haar goederen, gelegen in het Hoksent, aan de H. Willibrordus die er een kapel bouwde. Mogelijk stond er eerder op deze locatie een heidens heiligdom. Deze van oorsprong houten kapel zou het oudste kerkgebouw zijn geweest van Zonhoven tot Bergeyk (nu in Nederland). Omdat deze goederen werden overgemaakt aan de abdij van Echternach werd de kapel geen parochiekerk. De abdij van Sint-Truiden bezat sinds de 8e eeuw veel uitgestrekter goederen onder de heerlijkheid Ochinsala, waar nu het hedendaagse centrum van Eksel ligt.
In de 11e eeuw wordt Eksel vermeld als Ekinsala, in 1153 als Hecsele. Later behoort Eksel toe aan het graafschap Loon, daarna aan het prinsbisdom van Luik.
Op 16 juni 1725 werd op de heide aan de grens nabij Ham Leyn Wecks, de laatste, uit Eksel afkomstige 'heks' van Limburg, gewurgd en verbrand (zie Fernand Vanhemelryck, Het gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen. Leuven: Davidsfonds - uittreksel).
Vanaf 1762 maakten de Bokkenrijders de Kempen en ook Eksel onveilig. Deze bende leefde van diefstal, chantage door middel van brandbrieven en brandstichting. De bende werd bestreden met een ongemeen bloedige repressie, vooral in het noorden van Limburg, waar Drossaard Joannes Mathias Clercx (1759 - 1840) uit Overpelt, Luitenant-Drossaerd van het ambt Stokkem, meer mensen liet berechten dan er ooit Bokkerijders waren geweest (een vijfhonderdtal in totaal). Clercx woonde op het domein Hobos, op de grens tussen Eksel en het Overpeltse gehucht Lindelhoeven. Het domein bestaat nog altijd en de omgeving werd in 2000 beschermd als landschap (Landschapsatlas Vlaanderen). In de bronnen wordt hij soms aangeduid als Drossaerd Clercx van Eeksel.
Dezelfde Clercx nam tijdens de Franse Revolutie de leiding op zich van het plattelandsverzet tegen de sansculotten.
In 1977 fusioneerde Eksel met buurgemeente Hechtel tot Hechtel-Eksel. De wijk Kloosterbos van buurgemeente Overpelt werd toegevoegd aan het grondgebied van Eksel. Het oude wapenschild van Eksel wordt het wapenschild van de fusiegemeente (afbeelding). Het wapenschild werd toegekend op 23 oktober 1905 en is gebaseerd op het gemeentezegel van 1625.
Bron: Wikipedia
Ons CMS systeem gaat binnenkort een grondige opfrisbeurt krijgen.
We willen namelijk de sociale media beter integreren.
Momenteel zijn we bezig aan de bouw van 2 nieuwe projecten.
Binnenkort meer nieuws hierover.
De blog van Raf Truyens staat online.
Neem gerust een kijkje op raftruyens.be
De website van Kasteelbrouwerij Ter Dolen staat online, neem een kijkje op terdolen.be.
De website van 't Rustpunt te Eksel staat online.
Neem gerust een kijkje op www.t-rustpunt.be.